Lopen. Klimmen. Steeds hoger. En waarvoor?”, aldus de voice-over in de trailer van Le sommet des Dieux (De top van de goden). In deze Franse animatiefilm uit 2021 staat het beklimmen van de berg Mount Everest centraal. Het gaat over vragen als: wie was de eerste alpinist die deze berg wist te beklimmen, en wat bezielt klimmers om de levensgevaarlijke tocht te ondernemen? “Waarom hoger klimmen?”, vervolgt de voice-over. “Om de eerste te zijn? Als je er eenmaal de smaak van hebt te pakken, kun je niet meer zonder. Niets anders doet er dan nog toe. Sommigen zoeken naar de zin van het leven. Klimmen is de enige manier waarop ik me levend voel. Voor anderen is de berg geen doel, maar een pad. Als je daar eenmaal bent, kun je alleen maar doorgaan.” Lopen, klimmen, steeds hoger. En waarvoor?
En toen, op dat moment “leidde God Abram naar buiten”, hoorden we zojuist in de eerste lezing, “en zei: ‘kijk naar de hemel en tel de sterren, als ge kunt.’ En Hij verzekerde hem: ‘zo talrijk wordt uw nageslacht.’”
Abram heeft een probleem. God zal hem een groot loon schenken: het gebied vanaf de beek van Egypte tot aan de Eufraat. Maar wat heeft hij hieraan als Sarai onvruchtbaar is en iemand anders dit alles zal verwerven? God leidt Abram naar buiten en toont hem, aan de hand van de sterren, hoe talrijk zijn nakomelingen zullen worden. Hierop volgt er een tussenzin die geheel buiten het verhaal staat: “Abram geloofde de Heer en deze rekende hem dat als gerechtigheid aan.” Belangrijke vraag hierbij is: wie wordt hier met ‘deze’ bedoeld, en wie met ‘hem’? Rekent God het Abram als gerechtigheid aan, of veeleer Abram God? Waarschijnlijk het laatste: Abram gelooft in God, en daarom beschouwt hij Gods belofte als iets wat alleszins gerechtvaardigd is.
Maar helemaal overtuigd is Abram niet: “hoe kan ik weten dat ik het inderdaad zal krijgen?” God draagt Abram op om enkele dieren te nemen, ze middendoor te snijden, en de helften tegenover elkaar te leggen. Wanneer het donker is, gaat een vuur tussen de dierhelften door. Een verbondsritueel: degene die een verbond sluit (hier God), loopt tussen de delen van het geofferde dier door, en geeft zo aan dat hem hetzelfde lot beschoren is als de dieren, wanneer hij zich niet aan de overeenkomst houdt. Abram is bemoedigd: zijn nakomelingen zullen metterdaad Gods loon ontvangen. Heeft ook Abram hier een bergervaring gehad, een ervaring van: lopen, klimmen en steeds hoger?
“In die tijd nam Jezus Petrus, Johannes en Jakobus met zich mee”, aldus het evangelie, “en besteeg de berg Tabor om er te bidden.”
Wie is Jezus? Deze vraag heeft Jezus zijn leerlingen onlangs gesteld. De antwoorden van de mensen zijn: Johannes de Doper, Elia of een van de profeten. Daarna volgt het antwoord van de leerlingen zelf: hij is de Messias, de zoon van de levende God. De lijdensvoorspelling die daarop volgt, kan men opvatten als Jezus’ eigen antwoord op de vraag wie hij is.
Nu zijn Jezus, Petrus, Jakobus en Johannes op de berg Tabor. Opeens staan er twee mannen bij Jezus: Mozes en Elia, en zij spreken over Jezus’ heengaan dat hij in Jeruzalem zal voltrekken. Daarmee wordt niet alleen op zijn dood gedoeld, maar ook op het hele gebeuren van passie, dood, verrijzenis en hemelvaart.
Hoewel de leerlingen onkundig zijn van het gespreksonderwerp, zien ze wel de heerlijkheid van Jezus en de twee mannen die bij Hem staan. Een wolk - teken van Gods aanwezigheid - overschaduwt hen, en de leerlingen worden door vrees bevangen. Maar uit de wolk klinkt een stem, die zegt: “dit is mijn Zoon, de uitverkorene, luistert naar Hem.” Woorden waarin men een verwijzing naar de lijdende dienstknecht uit Jesaja hoort. De dienstknecht die, omwille van de zonden van anderen, een verzoeningsdood ondergaat. Hebben ook de leerlingen hier een bergervaring gehad, een ervaring van: lopen, klimmen en steeds hoger?
Bergervaringen. Bergervaringen kunnen een richtingaanwijzer zijn, maar kunnen ons ook helpen wanneer we in een dal zitten. Het is dan niet de bedoeling om dergelijke ervaringen vast te houden, maar veeleer om op te staan en van de berg af te dalen, de wereld in. Eenvoudig zal dit niet altijd zijn. In de eerste lezing wordt aan Abram een belofte gedaan die niet alleen geen kinderen heeft, maar wiens vrouw ook nog eens onvruchtbaar is. En wij leven in een samenleving waarin we met gewelddadige, onrechtvaardige en respectloze handelingen te maken hebben, zoals: oorlogen, polarisatie, onverdraagzaamheid, en nieuwe geopolitieke spanningen en onrust. Soms zien we er als een berg tegenop om ons aan God over te geven, en om Jezus na te volgen. Beklimmen we die spreekwoordelijke berg, ook al is die nog zo hoog als de Mount Everest? Of niet? Keren we om, en laten we de berg links liggen? Of gaan we de uitdaging wel aan, en is het een kwestie van: lopen, klimmen en steeds hoger? Wat zal ons antwoord, wal zal onze reactie, hierop zijn? Amen.
1e
lezing: Genesis 15, 5-12.17-18; 2e lezing: Filippenzen 3, 20-4, 1.; evangelie: Lucas 9, 28b-36
De evangelietekst uit de Willibrordvertaling 1978:
In die tijd nam Jezus Petrus, Johannes en Jakobus met zich mee en besteeg de berg om er te bidden. Terwijl Hij in gebed was, veranderde zijn gelaat van aanblik en werden zijn kleren verblindend wit. En zie, twee mannen waren met Hem in gesprek; het waren Mozes en Elia die in heerlijkheid verschenen waren en spraken over zijn heengaan, dat Hij in Jeruzalem zou voltrekken. Petrus en zijn metgezellen waren intussen door slaap overmand. Klaar wakker geworden zagen zij zijn heerlijkheid en de twee mannen die bij Hem stonden. Toen dezen van Hem heen wilden gaan, zei Petrus tot Jezus: ‘Meester, het is goed dat wij hier zijn. Laten we drie tenten bouwen, een voor U, een voor Mozes en een voor Elia.’ Maar hij wist niet wat hij zei. Terwijl hij zo sprak, kwam er een wolk die hen overschaduwde. Toen de wolk hen omhulde, werden zij door vrees bewogen. Uit de wolk klonk een stem die sprak: ‘Dit is mijn Zoon, de Uitverkorene, luistert naar Hem!’ Terwijl de stem weerklonk, bevonden zij dat Jezus alleen was. Zij zwegen er over en verhaalden in die tijd aan niemand iets van wat zij gezien hadden.